Nadere uitleg

Wat is MSU echografie

Echografie is een specialisatie binnen de fysiotherapie.
Met deze techniek kunnen er opnamen worden gemaakt van uw houdings- en bewegingsapparaat. U kunt hierbij denken aan gewrichten, botten, spieren, slijmbeurzen, pezen, kapsel en banden. Hierdoor zijn we snel in staat om diverse aandoeningen aan bijvoorbeeld de schouder, elleboog, pols, hand, heup, knie of de enkel te beoordelen.

Hoe werkt echografie?
Echografie maakt gebruik van geluidsgolven. Met behulp van een gel worden deze geluidsgolven het lichaam ingestuurd en door de verschillende weefsels teruggekaatst. Het teruggekaatste geluid wordt door een computer omgezet in afbeeldingen. De beoordeling van het echografisch onderzoek vindt direct tijdens het consult plaats. Elk onderzoek wordt volgens een vast protocol uitgevoerd. De beelden worden in de vorm van foto’s en filmpjes vastgelegd en bewaard, zodat we deze gegevens bij een vervolgonderzoek kunnen vergelijken. Een echografisch onderzoek duurt gemiddeld 25 minuten. Als u verzekerd bent voor fysiotherapie, wordt de behandeling volledig vergoed door uw zorgverzekeraar.

De voordelen van echografie
Echografisch onderzoek is snel, gemakkelijk en pijnloos. Bovendien is de techniek ongevaarlijk en kan het onderzoek zo vaak als nodig is herhaald worden. Met de uitkomsten van het echografisch onderzoek kunnen we snel een diagnose stellen. Deze diagnose vormt de basis van uw behandelplan. Ook tijdens de behandeling voeren we echografisch onderzoek uit, om zo tussentijds te kunnen evalueren. Op die manier kunnen we steeds nagaan in hoeverre het herstel gevorderd is en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Indien nodig verwijzen we u door naar uw huisarts of specialist.

Klachten
Herkent u een van onderstaande klachten of aandoeningen?
Dan biedt echografie mogelijk uitkomst bij:

  • Spier- en gewrichtspijn,
  • Slijmbeursaandoening,
  • Botaandoeningen,
  • Kraakbeenaandoeningen,
  • Aandoeningen van banden en gewrichtskapsel,
  • Sportblessures.

Echografie bij lage rug- en bekkenklachten
Jarenlang internationaal wetenschappelijk onderzoek heeft geleid tot het inzicht dat met name een verstoorde motorische controle een rol speelt bij personen met een lumbopelvische dysfunctie. Er is voornamelijk een overactiviteit van de oppervlakkige spieren en een insufficiëntie van de dieper gelegen spieren. Het klinische gevolg van deze verstoorde motoriek is dat de aandacht bij revalidatie van chronische rug- en/of bekkenklachten moet liggen bij de functionele training van de contractie (=aanspanning) van de diepe rompspieren en het herstellen van adequate activatie van de oppervlakkige spieren (= tegengaan van compensatiestrategiën bij rugklachten vanuit de buik en de bekkenbodem).

Waarde van echografie bij rug- en bekkenklachten
Echografie brengt de verschillende spieren in beeld en blijkt een adequaat hulpmiddel bij het aanleren van deze spiercontracties en bij het evalueren van de aangeleerde motorische vaardigheden. Bij chronische rug- en/of bekkenklachten wordt echografie steeds vaker gebruikt door therapeuten, als een veilige en goedkope manier om patiënten met deze klachten zowel te meten als te behandelen De waarde van echografie in een klinische setting is, dat het de mogelijkheid geeft om ‘real-time’ (=live) het aanspanningspatroon van de dieper gelegen spieren (o.a. transversus abdominis, multifidus, bekkenbodem, diafragma) te bestuderen. Echografie kan gebruikt worden om te meten, maar ook (en vooral) als een vorm van biofeedback, waarbij het de patiënt voorziet van kennis omtrent de uitvoering van een motorisch patroon aan het begin van het leerproces.

Myofasciaal Pijn Syndroom

Onder een myofasciaal pijnsyndroom verstaat men klachten in het houdings- en bewegingsapparaat, die veroorzaakt worden door de aanwezigheid van myofasciale triggerpoints (MFTP). Een myofasciaal triggerpoint (lees pijnlijke spierverharding) kan bewegingsbeperking, stijfheid, krachtsverlies en pijnklachten veroorzaken. Myofasciale triggerpoints worden vaak over het hoofd gezien bij klachten en pijn van het houdings- en bewegingsapparaat. De schattingen door onderzoekers gedaan naar het voorkomen van myofasciale triggerpoints als oorzaak van pijnklachten in het spierstelsel variëren sterk van 21% – 93%! Gebrek aan diagnostische kenmerken, ongetraindheid van de onderzoekers, verschillen in patiëntengroepen en de duur van de klachten veroorzaken deze verschillen.

Myofasciale triggerpoints
Een myofasciaal triggerpoint (pijnlijke spierverharding) is een (zeer) drukpijnlijke plek in een dwarsgestreepte spier. In de spierbuik vna deze spier kan men een strakke streng waarnemen waarin een plaatselijke verdikking zit (ongeveer ter grootte van een tarwekorrel). Deze plek is pijnlijk bij druk en kan een karakteristieke uitstralingspijn doen ontstaan. De patiënt herkent in de uitstralende pijn zijn klacht. Een myofasciaal triggerpoint veroorzaakt een veranderde spierfunctie ( spierkrachtafname, spierverkorting etc.) en autonome sympomen zoals toename van zweten, rillerig zijn, duizelig/licht in het hoofd, wazig zien en/of koude handen.

Symptomen
– Bij het belasten van de spier met triggerpoint ervaart de patiënt pijn. Deze pijn is gelokaliseerd in een bepaald gebied kenmerkend voor de spier. Elke spier heeft zijn eigen karakteristieke uitstralingsgebied.
– Stijfheid en verminderde spierfunctie. Maximaal verlengen van de spier geeft pijn dus “leert” de spier te bewegen binnen de pijngrens. Er is sprake van verminderde bewegingsvrijheid wat zich uit in spierverkorting.
– Door verkorting van de spier en door pijn tijdens activiteit kan de spier niet maximaal aanspannen, wat zich kan uiten in afname van de spierkracht.
– Vegetatieve reacties; veranderde zweetsecretie, onwel voelen, duizeligheid, overgevoeligheid van de huid (bijvoorbeeld door aanraking snel rood worden), pijnlijke oog- en oorsymptomen.
– Pijnvermijdingsgedrag, hetgeen zich uit door dwanghoudingen en beperkte functie.
– Iemand kan een sterk wisselend klachtenpatroon ervaren, waarbij de intensitet en de plaats van de pijn kan varieëren.

Hoe ontstaan myofasciale triggerpoints?
Een myofasciale triggerpoint kan ontstaan door een acute (verkeerde beweging, ongeluk) of chronische (langdurige verkeerde werkhouding) overbelasting. Ten gevolge van deze overbelasting ontstaat er een ingewikkeld fysiologisch proces in de spier op celniveau en er ontstaat een zichzelf onderhoudende vicieuze cirkel. Deze overbelasting kan te maken hebben met “beroepshoudingen” en leefgewoontes. Meestal ontstaan klachten door een samenhang van verschillende factoren; bijvoorbeeld een combinatie van overbelasting van de betreffende spier (door werk of trauma) met ongunstige omstandigheden zoals stress, vermoeidheid, slechte voeding, spieren die niet kunnen ontspannen etc. Soms is de oorzaak van de klacht voor de patiënt duidelijk (b.v. door een val) maar vaak weet men de oorzaak niet precies en zijn de klachten geleidelijk ontstaan en toegenomen.

Wat maakt een myofasciale triggerpoint pijnlijker en wat vermindert de pijn?
De pijn van een myofasciale triggerpoint kan verergeren door:
– Veelvuldig gebruik van de spier zonder pauze
– Tijdens het bewegen de spier plotseling wordt verkort
– Afkoeling (schaarse kleding) en transpiratie
– Druk op betreffende spier (b.v. knellende das of zware tas)

De pijn van een myofasciale triggerpoint kan verminderen door:
– Het inbouwen van korte rustperiode tijdens het bewegen, pauzes
– Langzaam rekken van de spier (b.v. onder de warme douche)
– Temperatuur waarbij het lichaam kan ontspannen, aangename warmte
– Fysiotherapie, dry needling

Klachtenonderhoudende factoren
Talrijke factoren kunnen het bestaan van myofasciale triggerpoints onderhouden. Vooral bij patiënten met chronische myofasciale pijn is aandacht voor deze factoren van groot belang.
Klachtenonderhoudende factoren kunnen zijn:
– Mechanische stress, slechte werkhouding, knellende kleding
– Voeding (b.v. vitaminetekort, alcoholmisbruik, roken, slecht eten)
– Bepaalde aandoeningen; suikerziekte, schildklierproblemen, orgaanproblemen etc
– Psychologische factoren; depressie, angst, stress, spierspanning
– Chronische infecties

Therapie – Behandeling
Allereerst zal worden begonnen met het herkennen van het pijngebied van de patiënt. De therapeut kijkt welke spieren de pijn kunnen veroorzaken en onderzoekt deze spieren. De myofasciale triggerpoints bevinden zich in een verharde streng en voelen bij palpatie (onderzoek) aan als een plaatselijke verdikking. De patiënt ervaart door druk de herkenbare pijn. Tevens wordt er gekeken naar de afname van spierkracht en spierlengte. De therapie zal gericht zijn op het inactiveren van de myofasciale triggerpoints, waardoor de strakke spierstrengen die verantwoordelijk zijn voor de toegenomen spierspanning worden losgemaakt. De pijn zal hierdoor afnemen. Ook de lengte van de spier moet weer genormaliseerd worden. Hiervoor bestaan verschillende therapeutische technieken.

De meest gebruikte technieken zijn:
– triggerpoint dry-needling
– triggerpoint compressie d.m.v. aanhoudende druk op het triggerpoint
– Cirkelvormige knedingen met toenemende druk
– Strijkingen met ijs gecombineerd met spierrekking (het blijkt dat een spierspasme/afweerspanning t.g.v. rek te remmen is door een kortdurende intense koude prikkel toe te dienen op de huid boven de spier met zijn MFTP en bijbehorende uitstralingsgebied)
– Warmte applicatie (dit leidt tot ontspanning in de spier)
– Contract-relax (aanspannen en ontspannen)
– Leren ontspannen van de spier (m.b.v. de myofeedback apparatuur)
– Houdingsadviezen en eventuele oefeningen

De hoeveelheid benodigde behandelingen is moeilijk aan te geven, daar geen persoon hetzelfde is. Er bestaat veel verschil in reactievermogen tussen mensen onderling, met name in het tempo waarin myofasciale triggerpoints te inactiveren zijn. Hoe resoluter en consequenter een patiënt zijn veroorzakende en klachtonderhoudende factoren aanpakt, des te sneller een goed resultaat wordt bereikt. In het algemeen geldt: hoe langer de periode tussen het ontstaan van de klachten en het begin van de behandeling, des te groter het aantal benodigde behandelingen.